Zoeken in deze blog

dinsdag 29 maart 2011

Je kinderen zijn je kinderen niet

6 mei 1999
Door het schrijven van het stukje over bevalhoudingen kwam de geboorte van mijn oudste zoon Chadim weer helemaal boven. Niet alleen de bevalling zelf, ook het moment direct erna waren erg indrukwekkende ervaringen.

Ik zat dus op handen en knieën terwijl hij geboren werd. Op het moment dat mijn baby'tje naar buiten kwam, kon ik het in eerste instantie niet geloven. Ik bleef nog een tel (maar in mijn herinnering lijkt het een eeuwigheid) zitten alvorens ik me omdraaide, op weg naar het moederschap van mijn kindje dat daar achter mij was. Daar lag op het bed een prachtig jongetje. Hij keek eventjes stilletjes om zich heen en begon vervolgens heel hard te huilen, een schreeuw van verontwaardiging om de werkelijkheid waarin hij terecht was gekomen - zo leek het ten minste -. In films had ik altijd gezien dat de moeder liggend op bed haar baby in ontvangst nam, maar nu ging het heel anders. De vroedvrouw spoorde me aan om mijn kind op te pakken. Dat deed ik, tegelijk onhandig en vol ontzag. 

Terugdenkend lijkt het alsof die eerste momenten met Chadim zich in slowmotion afspeelden. Terwijl hij daar nog lag wenste ik al dat hij nooit pijn zou kennen, alleen maar liefde en geluk. En ik wist tegelijkertijd dat ik hem nooit zou kunnen beschermen tegen pijn, of tegen de dood, die ook hij uiteindelijk in zijn leven zou gaan kennen. Geboren worden en sterven, het is één cirkel; daar was ik me op dat ene moment intens diep van bewust. Ook realiseerde ik me dat hij helemaal van zichzelf was en van de kracht die hem deed ademen én tegelijk ook van mij. Ik had de verantwoordelijkheid om voor hem te zorgen, maar ik had hem niet het leven gegeven.

Met een onbeschrijflijk gevoel van dankbaarheid pakte ik mijn zoontje op. Die beweging vergeet ik nooit meer: Op dat moment werd ik moeder.

Vanaf dat moment begon de opdracht die Kahlil Gibran zo mooi verwoordt in het bekende dichtbundeltje 'De Profeet'. De opdracht van het loslaten dat bij ouderschap hoort:

'Je kinderen zijn je kinderen niet.
Zij zijn de zonen en dochters van 's levens hunkering naar zichzelf.
Zij komen door je, maar zijn niet van je,
en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.
Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.
Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen,
dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
Je mag proberen gelijk hun te worden, maar tracht niet hen aan jou gelijk te maken.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten