Zoeken in deze blog

maandag 11 april 2011

Vrije geboorte of lapmiddelen?

In het najaar van 2010 was er in de media een ware hetze gaande tegen de thuisbevalling. Naar aanleiding van onderzoek dat aan alle kanten rammelde, verschenen er dagenlang alarmerende en ongenuanceerde berichten, met krantenkoppen als 'Babysterfte hoger bij thuisbevalling' en 'Don't try this at home'.

Ook afgelopen zaterdag (9 april) was het weer raak. In de Volkskrant stond op de tweede pagina een artikel over de plannen voor wijzigingen in het verloskundigensysteem. Zonder enige kritiek werden in dit artikel scheve redeneringen geciteerd van de gynaecologenvereniging.


Zo werd er gezegd dat er onvoldoende sprake zou zijn van 'risicoselectie', want: 'bijna de helft van de vrouwen die thuis hun eerste kind willen krijgen, eindigt alsnog in het ziekenhuis.' Uit eerder onderzoek blijkt dat het bij bevallingen maar in 3,6% van de verwijzingen naar het ziekenhuis om spoedeisende situaties gaat. Andere oorzaken zijn onder andere een traag vorderende ontsluiting of, in groeiende mate, de wens tot pijnstilling (zoals een ruggenprik). In plaats van nieuwe wetten te bedenken en het zorgsysteem te veranderen zouden de krachten beter eerst gebundeld kunnen worden om te kijken wat vrouwen nou echt nodig hebben om goed te kunnen bevallen. Wat zorgt ervoor dat de ontsluiting tijdens de bevalling vordert, dat vrouwen kunnen ontspannen en om kunnen gaan met de kracht van de weeën? Wat voor voorbereiding is daar tijdens de zwangerschap voor nodig? En hoeveel tijd nemen we voor een bevalling? Moet 'de klus' binnen een bepaalde gemiddelde tijd 'geklaard' zijn of accepteren we dat elke vrouw anders is en dus ook bevalt in een ander ritme?

Een belangrijk feit dat nergens genoemd wordt is dat de vorm van begeleiding tijdens de zwangerschap van invloed is op de uitkomst van een bevalling. Uit recent Nederlands onderzoek is gebleken dat complicaties bij een thuisbevalling en de wens tot pijnstilling aanzienlijk afnemen, wanneer er sprake is van een kleine verloskundigenpraktijk. Hoe groter de verloskundigenpraktijk, hoe onpersoonlijker het contact, hoe meer kans op complicaties en medische interventies. Zo bevallen de cliënten van een kleine verloskundigenpraktijk (1 of 2 verloskundigen) in ruim 50% van de gevallen thuis, slechts 4.3% bevalt met een ruggenprik. Deze cijfers zijn voor een middelgrote praktijk (3-4 verloskundigen) 34% en 9,3% en voor een grote praktijk (5 verloskundigen of meer) 23% en 18,2%. 

Wanneer Nederland echt fijner wil gaan bevallen, dan moet dergelijke cruciale informatie zeker een centrale rol spelen in het beleid omtrent geboorte én in de berichtgeving door de media. Het zou ook nadrukkelijk genoemd mogen worden dat het aantal (onnodige) medische ingrepen tijdens een bevalling aanzienlijk toeneemt als een vrouw in het ziekenhuis bevalt (bij thuisbevallingen wordt er bijvoorbeeld in 15% van de gevallen een knip gezet, terwijl dat bij ziekenhuisbevallingen 35% is). Na een bevalling met medisch ingrijpen zoals een knip, keizersnede of kunstverlossing heeft je lichaam lange tijd nodig om te herstellen. En stress tijdens de geboorte is niet alleen van invloed op de moeder, maar ook - zoals onderzoeken hebben aangetoond - op het kindje. 

Er wordt gegoocheld met cijfers en vervolgens worden er allerlei zogenaamd vooruitstrevende plannen gemaakt. Hierbij lijkt het alsof het echte doel wordt vergeten: een vreedzame start voor moeder en baby. Het beleid zou in eerste instantie gericht moeten zijn op het creëren van de voorwaarden voor een vrije, onverstoorde, natuurlijke geboorte (zie deze eerdere post)  en niet - zoals nu gebeurt - op het bedenken van allerlei kunstgrepen en lapmiddelen.


(met dank aan Sandra Allaart die een kei is in cijfers)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten