Eindelijk eens een artikel met volledige en eerlijke informatie over Vitamine K in het Nederlands. Als je niet oplet wordt Vitamine K standaard toegediend direct na de geboorte, terwijl er nadelen aan verbonden zijn en er ernstige vraagtekens gezet kunnen worden bij standaard gebruik van dit middel. Onderstaand stuk heb ik te danken aan Vlaamse vroedvrouw-met-hart-en-ziel Lieve Huybrechts die onderstaand artikel 'Postnatal Vitamin K' van Sarah Wickham uit het Engels vertaalde.
Vitamine K bij de geboorte
Wanneer een vrouw in onze Westerse wereld gaat bevallen, staat ze tegenover een heleboel keuzes. Sommige hiervan staan op zichzelf, andere zijn het gevolg van eerder gemaakte beslissingen . Vele keuzes die de vrouw maakt, zullen gebaseerd zijn op de informatie die ze verkrijgt van de persoon die ze gekozen heeft om voor haar te zorgen tijdens de bevalling. Die persoon zal dus de informatie die ze geeft over en rond de kwestie kleuren. De persoonlijke filosofie van de begeleider zal invloed hebben op het kader van de zaak. Wij zijn immers menselijk en onze eigen overtuigingen vormen een belangrijk deel van de boodschappen die we overbrengen over de mogelijkheden van hun lichaam en dat van hun baby’s om ze gezond te houden.
Eén van de beslissingen die een vrouw zal moeten maken is of haar pasgeboren baby vitamine K zal krijgen of niet. De hedendaagse overtuiging hierover is gedomineerd door het medisch model. Hoe kunnen we alle verschillende bevindingen en overtuigingen hierover samen brengen, zodat er duidelijkheid komt voor onszelf en voor de vrouwen waardoor we een theorie kunnen opbouwen die bruikbaar is voor vrouwen en voor de verloskunde.
Gewoonlijk krijgen vrouwen ongeveer de volgende standaardinformatie:
“Alle baby’s krijgen vitamine K. Reden: alle baby’s worden geboren met een laag vitamine K gehalte. Baby’s hebben vitamine K nodig om bloedingen te voorkomen, die serieuze complicaties kunnen veroorzaken. Moedermelk bevat ook een laag gehalte aan vitamine K dus moet je baby dit extra krijgen.”
Dit kan nog gevolgd worden door de bijkomende uitleg van de mogelijke manieren waarop vitamine K kan gegeven worden. Ervaring leert dat de informatie die de vrouw krijgt over vitamine K-toediening fel varieert tussen verschillende begeleiders, maar wat boven beschreven werd is toch wel standaard geworden.
Een kwestie van filosofie
Een interessant uitgangspunt op dit gebied is een analyse van de uitgangspunten van het medisch model, die er met de beste bedoelingen zijn en die herhaald worden door velen van hen die zwangere vrouwen begeleiden.
- Alle baby’s worden geboren met een laag niveau aan vitamine K.
Bij deze overtuiging rijzen nogal voor de hand liggende vragen:
· Wat is “een laag gehalte”?
· Kunnen alle baby’s een laag gehalte hebben?
· En laag in vergelijking met wat? Wat is de definitie van een normaal en een laag niveau? Er moet dan toch iemand zijn met een normaal niveau waartegen het kan gemeten worden?
· Wie heeft een normaal niveau aan vitamine K?
Ook al horen we het argument dat alle baby’s een laag gehalte aan vitamine K hebben enkel in de praktijk en kan je het niet terugvinden in de literatuur, toch kan het zijn dat baby’s eigenlijk een laag gehalte moeten hebben in vergelijking met volwassenen. Baby’s hebben ook een relatief groot hoofd in vergelijking met volwassenen, maar dit wordt niet als pathologisch aanzien. Dit wordt aanhezien als goed want de menselijke hersenen moeten groter zijn bij de geboorte. Het feit dat relatieve vitamine K niveau’s verschillen tussen een pasgeborene en een volwassene wordt daarentegen als pathologisch ervaren. Waarom?
Je kan dus stellen dat als alle baby’s een laag gehalte vitamine K hebben, dat dit dan zonder twijfel als het normaal gehalte vitamine K voor een baby moet worden gezien. Ook als voorstanders van vitamine K om een bepaalde reden vinden dat het een te laag niveau vitamine K is dan zouden ze dit moeten staven in plaats van aan vrouwen te vertellen dat hun baby een tekort heeft aan iets essentieels. Voedt dit ook niet de idee dat vrouwen relatief inefficiënt zijn in het maken van baby’s en ondersteuning nodig hebben van de vaardigheden en technologie van ziekenhuizen en dokters?
- Baby’s hebben vitamine K nodig om bloedingsziekten te voorkomen, die serieuze complicaties kunnen veroorzaken.
Dit is ook niet zo duidelijk afgebakend als sommige mensen laten uitschijnen. Het lijkt te suggereren dat alle baby’s een gelijkwaardig risico hebben tot bloedingen terwijl dat niet het geval is. Het lijkt me dat het veel duidelijker zou zijn en veel meer zou helpen om vrouwen een betrouwbare inschatting te geven van de relatieve risico’s van zulk een situatie. Dit wordt hieronder nog besproken, in relatie met sommige onderzoeken die op dit gebied gebeurd zijn.
- Moedermelk bevat ook een laag gehalte aan vitamine K. (Kunstvoeding bevat de hoge dosis vitamine K die een baby nodig heeft.)
Hier weer: Een laag niveau in vergelijking met wat? Met kunstvoeding? Wat was er eerst? We kunnen de artificieel behandelde en bewerkte koemelk toch niet gebruiken als norm waartegen de bestanddelen van moedermelk gemeten worden?
En toch is dit de ondertoon van de informatie die aan vrouwen worden aangeboden. Hoe zal dit de vrouwen beïnvloeden die borstvoeding willen geven? In elk geval werd het onderzoek dat het eerst suggereerde dat moedermelk een laag gehalte aan vitamine K bevat, uitgevoerd in een tijd dat vrouwen verteld werd het aantal voedingen te beperken en de tijd te begrenzen dat het kind aan elke borst lag . Bijkomend kreeg het kind op veel plaatsen geen colostrum omdat men geloofde dat dat niet goed was of omdat er toch niet voldoende melk was de eerste 3 dagen, zodat het kind niet werd aangelegd voor er stuwing was.
Zo krijgen baby’s weinig colostrum binnen. Vitamine K is vetoplosbaar en wordt daarom het meest gevonden in colostrum. Het is goed mogelijk dat een studie uitgevoerd bij baby’s die ongestoord en ongehinderd kunnen drinken aan de borst heel andere resultaties geeft. Zelfs als we die uitgangspunten aanvaarden, blijven we met belangrijke vragen zitten.
- Baby’s hebben een relatief laag niveau aan vitamine K
- In moedermelk zit een relatief laag niveau aan vitamine K
Dus, ofwel heeft de natuur ons een dubbel liggen gehad, ofwel heeft de overgrote meerderheid van baby’s niet echt veel vitamine K nodig.
Voor mij klinkt de tweede stelling het meest aannemelijk, rekening houdend met wat ik weet over het proces van de geboorte.
Inderdaad, dit lijkt eenvoudigweg het idee te bevestigen dat baby’s vitamine K niet in grote hoeveelheden zouden nodig hebben in het eerste deel van hun leven. Misschien is het relatieve gebrek eraan (in vergelijking met volwassenen) wel goed voor hen, mogelijk zelfs preventief tegen stollingsproblemen in de eerste paar weken van hun leven? Natuurlijk kan het ook zo zijn dat medische interventies tijdens de geboorte een daling van het vitamine K-gehalte in beide gevallen teweegbracht en dat dit gehalte hoger zou zijn bij baby’s en moedermelk waar men zich niet mee bemoeid heeft.
Onderzoek naar betrekkelijke risico’s
Zoals ik hierboven al vermeldde zou het meer helpen om aan vrouwen een betrouwbare inschatting mee te delen over de risico’s en voordelen, dan informatie te geven die enkel gebaseerd is op de persoonlijke filosofie van de begeleider. Hoe waarschijnlijk is het dat een baby een vroeg- of laattijdige bloeding krijgt, als een vrouw vitamine K weigert? Von Kries & Hanawa (1993) hebben dit onderzocht en het risico zou tussen 1 op 10000 en 1 op 25000 zijn, zonder vitamine K. Een bloeding mag dan een serieuze aandoening zijn voor de baby’s die het hebben, maar als er tussen de 10000 en 25000 baby’s vitamine K moeten krijgen om één geval te voorkomen, moeten we ons afvragen of het dat waard is. Of beter, elke vrouw moet zich dan afvragen of het dat waard is.
Dit is zeker relevant als we de gekende informatie in overweging nemen over baby’s die zéker voordeel hebben aan vitamine K: zij die een traumatische geboorte hadden hebben, hebben een hoger risico om een bloeding te ontwikkelen, tegenover die baby’s die fysiologisch en zonder trauma geboren werden.
De andere kant van deze specifieke beslissing heeft te maken met de risico’s die ontstaan als je een gezonde baby een stof geeft die ze niet nodig hebben. Het risico van gezonde baby’s die een kanker ontwikkelen als resultaat van het gegeven vitamine K kan wel eens hoger zijn dan het risico een bloeding te krijgen zonder (Parker et al 1998, Passmore et al 1998). Spijtig genoeg zijn deze studies gebaseerd op het retrospectieve onderzoeksmodel (terugkijken op) wat nooit zo betrouwbaar is als prospectieve onderzoeken (vooruitkijken op). Er is beter onderzoek nodig om een volledig betrouwbare kijk te krijgen op de risico’s en de voordelen van vitamine K, wat bevestigd wordt door Slattery (1994).
Nochtans zijn er ook aan zo’n klinische test problemen verbonden. De onderzoekers moeten er immers honderden of duizenden moeders en baby’s voor vinden, opdat de frequentie van zeldzame resultaten heel accuraat kan gemeten worden. De meest efficiënte manier om zoveel vrouwen te recruteren is door er toenadering mee te zoeken via de ziekenhuizen. Wat natuurlijk met zich mee brengt dat maar weinig baby’s in het onderzoek een ware fysiologische geboorte zullen hebben – een probleem dat veel voorkomt in de verloskundige praktijk waar onderzoeken enkel gebeuren bij medisch geregelde geboortes. Hoe kunnen we die resultaten dan in verband brengen met vrouwen die kiezen voor een natuurlijke geboorte?
Andere aspecten uit de praktijk
Het is ook mogelijk dat andere dingen dan de wijze van geboorte een invloed uitoefenen op de situatie. Misschien ben ik (Sarah Wickham) de enige die er zo over denkt, maar vanuit mijn ervaring als vroedvrouw en wetenschapper/onderzoeker zou ik zeggen dat de relatie tussen vitamine K en bloedingen zo simpel helemaal niet ligt. Ik kom direct op een paar andere aspecten die hier een invloed op kunnen uitoefenen. Zo zouden we bv een vrouw moeten vragen wat er tijdens de derde periode van haar bevalling gebeurde. Is de navelstreng vlug afgeklemd of was het de baby toegestaan zoveel tijd als nodig te spenderen om de hoeveelheid bloed te reguleren die het zou houden. Wat is de invloed hierop op stollingsfactoren en ander relevante componenten in het bloed van de baby? Wat is invloed van het zwangerschapsdieet van de moeder? En wat zouden de redenen kunnen zijn dat baby’s zo een laag gehalte aan vitamine K hebben? Is dit een belangrijk deel in dit beeld en zo ja, waarom?
Empirisch bewijs kan dit debat een stapje vooruit helpen. Ik (Sarah Wickham) werkte in een gemeenschappelijke praktijk voor vroedvrouwen in de periode dat er beslist werd om de vitamine K-dosissen die gegeven werden aan baby’s die borstvoeding krijgen te verhogen van 1 naar 3. De eerste dosis werd gegeven bij de geboorte, de tweede op de 7e dag na de geboorte. Normaal gezien stopt de begeleiding van pas bevallen vrouwen rond de tiende dag na de bevalling en plots merkten de andere vroedvrouwen en ik dat er meer en meer vrouwen waren die begeleid werden tot hun 12e en 13e dag. Na analyse van deze gegevens zagen we dat de meerderheid van die baby’s op de achtste of negende dag aan geelzucht begonnen te lijden, na hun tweede dosis vitamine K. Is dat toevallig? Ik heb met andere vroedvrouwen gepraat via internetforums die dezelfde ervaringen hadden; er was er op zijn minst één die suggereerde dat de baby’s misschien de gestegen hoeveelheid prothrombine niet aankonden; een stijging die het resultaat was van de vitamine K toediening. Misschien dat dít een verklaring geeft waarom baby’s worden geboren met een relatief laag gehalte aan vitamine K?
Von Kries (1998) vat een paar aspecten van de recente geschiedenis van vitamine K samen. In sommige gebieden zijn ze vitamine K pas beginnen geven in de vroege jaren ’80 omdat het laat optreden van bloedingen tot dan toe daar nog geen probleem geweest was. Dit gegeven op zich zou bezorgdheid moeten wekken. Als alle baby’s een ziekelijk tekort hadden aan vitamine K, zou er toch zeker iemand moeten geweest zijn die iets in deze gebieden opmerkte, een beetje voor de jaren ’80. Hoe staat de stijging van bloedingen in verband met de veranderingen in de praktijk van het bevallen? Heeft de nood aan het standaard toedienen van vitamine K te maken met een stijging van de medicalisering van de geboorte?
Von Kries merkt ook op dat sommige baby’s die de diagnose ‘bloeding’ kregen, als gevolg van een vitamine K tekort, eigenlijk een bloeding hadden door een onderliggende cholestatische ziekte. Zelfs als het toedienen van vitamine K bij deze baby’s de ontwikkeling van een bloeding had kunnen voorkomen, dan nog mogen we niet zeggen dat ze een bloeding hebben omdat ze geen vitamine K gekregen hebben. Dit brengt enkel de hele zaak in de war; het is ongeveer hetzelfde als zeggen als het feit dat iemand die een blok hout tegen zijn hoofd gekregen heeft, hoofdpijn heeft omdat er aan hem geen aspirine werd gegeven. De gedachte van vitamine K te geven aan alle baby’s is dan verwant met het idee dat we allemaal een aspirine moeten nemen vooraleer we naar buiten gaan voor het geval ons hoofd zou geraakt worden door een blok hout.
Uiteindelijk zullen vrouwen om te kunnen kiezen beide gezichtspunten moeten horen: zowel het fysiologisch model als het medische model. Dit kan een manier zijn om een overwogen beslissing te nemen. Er is nog werk nodig om een fysiologisch model rond vitamine K te ontwikkelen, vooral veel analyses en onderzoeken. Voor diegenen die geloven in het fysiologisch model blijft er een simpele waarheid: baby’s worden geboren met alles wat ze nodig hebben. De lengte van hun navelstreng maakt het bijna altijd voor hen mogelijk bij moeders borst te geraken om te drinken terwijl de placenta nog met de baarmoeder verbonden is. Dat is geen toeval. Ook niet de manier waarop de bevallingshormonen de moeder en de baby helpen verliefd te worden op elkaar. Voor de meerderheid van de baby’s werkt de geboorte heel goed.
Voor een minderheid van de baby’s die een verhoogd risico op bloedingen hebben, is vitamine K een goed idee. Maar een klinisch onderzoek uitgevoerd op baby’s met een laag risico die medisch begeleid geboren werden is niet echt te gebruiken bij vrouwen die kiezen voor een geboorte buiten het medisch model. Nu is het punt gekomen dat we ons moeten afvragen of we echt geloven dat baby’s geboren worden met minder vitamine K dan ze nodig hebben of dat er een andere verklaring voor dit feit is.
Referenties
Parker L, Cole M, Craft AW and others (1998)
Neonatal vitamin k administration and childhood cancer in the north of England. British Medical Journal, 1998; 316:189-93.
Passmore SJ, Draper G Brownbill P and others (1998)
Case-control studies of relation between childhood cancer and neonatal vitamin K administration; retrospective case-control study. British Medical Journal, 1998; 316:178-84.
Von Kries (1998)
Neonatal vitamin K prophylaxis; the Gordian knot still awaits untying. British Medical Journal, 1998; 316:161-162.
Von Kries R and Hanawa Y (1993)
Neonatal vitamin K prophylaxis. Report of scientific and standardization subcomittee on perinatal haemostasis. Thrombosis and Haemostasis, 1993: 69: 293-95.
Slattery (1994)
Why we need a clinical trial for vitamin K British Medical Journal, 1994; 308:908-910.